Onderweg

Waarom Franse auto's vroeger verplicht gele koplampen hadden en de rest van Europa niet

Oude Franse auto's zijn vaak direct herkenbaar aan hun gele koplampen. Volgens een hardnekkig verhaal hadden die iets met de Tweede Wereldoorlog te maken, maar de werkelijke geschiedenis begon al jaren eerder.

Jesper Penninga
4 minuten
Koplampen
Frankrijk
Waarom Franse auto's vroeger verplicht gele koplampen hadden en de rest van Europa niet

Een klassieke Citroën 2CV, Renault 5 of Peugeot 205 herken je soms al voordat je het logo kunt zien, zelfs in het donker. Zet de verlichting aan en er verschijnt geen witte, maar een opvallend gele lichtbundel voor de auto.

Dat was geen Franse stylinggril. Decennialang moesten auto's die in Frankrijk werden geregistreerd daadwerkelijk met gele koplampen worden uitgerust. Rond de reden daarvoor bestaat alleen een verhaal dat zo vaak is herhaald dat het bijna als feit wordt gezien.

De bekende oorlogsverklaring klopt niet zomaar

Volgens de populaire versie zouden de Fransen gele koplampen hebben ingevoerd zodat Franse voertuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog gemakkelijk van Duitse voertuigen konden worden onderscheiden. Een Franse auto zou geel licht voeren, terwijl een vijandelijk voertuig witte koplampen had.

Het klinkt logisch, maar de tijdlijn past niet bij die simpele verklaring. Frankrijk besloot al in 1936 tot de invoering van gele verlichting. Begin 1937 werd in Franse technische literatuur al geschreven over het besluit om autokoplampen van geel licht te voorzien, ruim voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak.

Ook vóór en rond die invoering werd technisch onderzoek gedaan naar de kleur van autoverlichting. Franse vakpublicaties besteedden aandacht aan geel licht als mogelijke manier om een probleem aan te pakken waar automobilisten destijds veel last van hadden: verblinding door tegemoetkomend verkeer.

Dat maakt het te simpel om de gele koplamp uitsluitend als militaire maatregel uit de oorlog te verklaren.

Geel moest prettiger zijn voor je ogen

Bij de Franse koplampen ging het om zogenoemd selectief geel licht. Daarbij worden vooral blauwe en violette delen uit het uitgestraalde licht gefilterd.

De gedachte was dat bestuurders daardoor minder last zouden hebben van verblinding wanneer twee auto's elkaar in het donker passeerden. Ook werd onderzocht of geel licht onder bepaalde omstandigheden prettiger zicht en meer contrast kon bieden.

De techniek van toen is nauwelijks te vergelijken met moderne koplampen. Auto's reden met relatief eenvoudige lampen en reflectoren, terwijl huidige auto's ledtechniek, automatische grootlichtfuncties en zelfs adaptieve lichtbundels kunnen gebruiken.

Interessant genoeg kon zelfs de Franse overheid later niet meer met zekerheid zeggen welke argumenten in 1936 uiteindelijk de doorslag gaven. In een officieel antwoord uit 1992 stelde de regering dat de technische en industriële redenen achter de oorspronkelijke keuze niet meer onomstotelijk waren vast te stellen.

De veelgehoorde oorlogsverklaring kan daardoor niet zomaar als dé reden achter de gele koplamp worden gepresenteerd.

Buitenlandse auto's hoefden niet ineens geel te worden

Frankrijk hield vervolgens opvallend lang vast aan de gele lichtbundel. Wie in de jaren zeventig of tachtig 's nachts door Europa reed, kon een Franse auto daardoor vaak al van grote afstand herkennen.

Dat betekende overigens niet dat Nederlanders voor een vakantie naar Frankrijk eerst hun witte koplampen moesten vervangen. Buitenlands geregistreerde auto's konden gewoon met hun eigen goedgekeurde verlichting het land binnen.

Daardoor kon op dezelfde Franse weg een lokaal geregistreerde auto met gele verlichting rijden, terwijl een Nederlandse of Duitse vakantieganger met witte koplampen tegemoetkwam.

Frankrijk bleef daarmee tientallen jaren een opvallende uitzondering. Het is een mooi voorbeeld van hoe nationale verkeersregels en technische voertuigeisen vroeger veel sterker van elkaar konden verschillen dan tegenwoordig.

In 1993 veranderde de regel

Aan het begin van de jaren negentig kwam de omslag. Europese regels voor voertuigtechniek werden steeds verder geharmoniseerd en Frankrijk kon zijn uitzonderingspositie niet eindeloos behouden.

Een Frans decreet uit juni 1992 wijzigde daarom de regels. Vanaf 1 januari 1993 mocht het dim- en grootlicht van een auto in Frankrijk geel óf wit zijn.

Dat detail is belangrijk. Gele koplampen werden op 1 januari 1993 niet ineens verboden. De verplichting om geel te gebruiken verdween en wit werd voortaan eveneens toegestaan.

Voor autofabrikanten was de keuze vervolgens eenvoudig. Frankrijk hoefde niet langer als afzonderlijke markt van afwijkende koplampen te worden voorzien, waardoor nieuwe Franse auto's vrijwel direct overstapten op dezelfde witte verlichting als auto's in de rest van Europa.

Binnen enkele jaren verdwenen de gele koplampen daardoor grotendeels uit het normale straatbeeld.

Geel is zelfs nu niet helemaal verdwenen

Opmerkelijk genoeg is geel juridisch nog altijd niet volledig verdwenen. Ook de huidige Franse verkeerswet noemt bij dimlicht geel of wit als mogelijke kleur.

Dat betekent niet dat je bij iedere moderne auto zonder meer de fabrieksverlichting door gele exemplaren kunt vervangen. De goedkeuring van de auto, de lamp en de complete lichtunit blijft daarbij van belang.

Bij oude Franse auto's is het juist een herkenbaar onderdeel van hun geschiedenis geworden. Twee gele lichtbundels passen voor veel liefhebbers inmiddels net zo bij een oude 2CV of Renault als het ontwerp van de auto zelf.

Dus zie je de volgende keer een Franse klassieker met opvallend gele koplampen, dan kijk je niet simpelweg naar vergeelde verlichting. En ook het bekende verhaal dat Frankrijk ze speciaal voor de Tweede Wereldoorlog invoerde, vertelt maar een deel van het verhaal.

De werkelijkheid begon al vóór de oorlog, met een technische discussie over hoe automobilisten 's nachts beter en comfortabeler konden zien. Wat volgde was een nationale regel die meer dan een halve eeuw standhield en Franse auto's in het donker bijna onmiddellijk herkenbaar maakte.