Sinds eind oktober 2024 gelden in de EU aanvullende heffingen voor volledig elektrische auto's die in China worden gebouwd. Afhankelijk van de fabrikant bedraagt die extra heffing momenteel 7,8 tot 35,3 procent. De maatregel kwam er nadat de Europese Commissie concludeerde dat Chinese staatssteun de Europese markt verstoorde.
Alleen is de wettelijke afbakening opvallend precies. De heffing geldt voor nieuwe auto's die uitsluitend door één of meer elektromotoren worden aangedreven. Een plug-in hybride met een verbrandingsmotor valt daardoor niet onder deze specifieke anti-subsidiemaatregel.
Dat betekent niet dat Chinese fabrikanten hun plug-in hybrides alleen hebben ontwikkeld om Europese heffingen te ontwijken. Wel is het handelsverschil duidelijk: een in China gebouwde EV kan met een forse aanvullende heffing worden geconfronteerd, terwijl een vergelijkbare plug-in hybride die specifieke toeslag niet krijgt.
En precies daar groeit China opvallend snel
Volgens cijfers die het Duitse Handelsblatt aanhaalt, kwam in 2024 37 procent van de naar de EU geïmporteerde plug-in hybrides uit China. In 2025 zou dat 49 procent zijn geworden en in het eerste kwartaal van 2026 zelfs 60 procent.
De totale Europese PHEV-markt groeit ondertussen eveneens. In de eerste helft van 2026 werden in de EU 577.735 nieuwe plug-in hybrides geregistreerd. Daarmee steeg hun marktaandeel van 8,5 naar 9,8 procent.
Brussel wil nu een heel andere grens trekken
Daar komt het nieuwe plan om de hoek kijken. Volgens informatie van Handelsblatt werkt de Europese Commissie aan nauwere economische samenwerking met Groot-Brittannië, Japan en Zuid-Korea om de eigen auto-industrieën tegen Chinese overcapaciteit te beschermen.
Het idee bestaat uit drie delen. De landen moeten hun markten onderling zoveel mogelijk openhouden en elkaar bij toekomstige steunregelingen gunstig behandelen. Daarnaast zou Brussel werken aan een nieuw beschermingsinstrument tegen sterk stijgende auto-importen, waarbij de drie partnerlanden zoveel mogelijk worden ontzien. Ten slotte willen de landen nauwer samenwerken rond kritieke grondstoffen.
Dat is wezenlijk anders dan simpelweg overal de importheffing verhogen. Brussel probeert een onderscheid te maken tussen China en landen waarmee Europa economisch en politiek nauwer samenwerkt.
Een Japanse auto kan daardoor juist dichter bij Europa komen
Dat is vooral interessant omdat Brussel tegelijkertijd werkt aan strengere regels voor auto's die van Europese subsidies en andere overheidssteun willen profiteren.
In het huidige voorstel voor de Industrial Accelerator Act moet zo'n auto onder bepaalde steunregelingen in de EU worden geassembleerd. Bovendien moet minstens 70 procent van de waarde van de onderdelen, exclusief de batterij, van EU-oorsprong zijn. Voor batterijonderdelen en later ook de elektrische aandrijflijn gelden aanvullende eisen. De regels omvatten naast EV's ook extern oplaadbare hybrides.
Maar dat is nog geen geldende wet. De Europese Commissie diende het voorstel op 4 maart in en het Europees Parlement en de Raad moeten er nog mee instemmen. De Commissie mikt op een akkoord voor het einde van 2026.
Volgens Handelsblatt wil Brussel de uiteindelijke voorkeursregels zo vormgeven dat ook Groot-Brittannië, Japan en Zuid-Korea ervan kunnen profiteren. Een Japanse of Koreaanse auto wordt daarmee niet letterlijk Europees, maar kan bij bepaalde Europese regelingen wel een veel gunstiger positie krijgen dan een vergelijkbare auto uit China.
Voor Nederlandse kopers verandert vandaag nog niets
Wie nu een Chinese plug-in hybride in Nederland wil kopen, krijgt door dit nieuws dus niet plotseling een nieuwe heffing op de factuur.
Er ligt nog geen definitief Europees tarief voor Chinese plug-in hybrides. Ook het nieuwe handelsinstrument waarover Handelsblatt schrijft is nog in voorbereiding. Zelfs als Brussel uiteindelijk een heffing invoert, hoeft die niet één op één bij de consument terecht te komen. Een fabrikant kan ook marge inleveren, productie verplaatsen, prijzen anders verdelen of de modelmix aanpassen.
Daarom is het te vroeg om te voorspellen hoeveel een Chinese PHEV hierdoor eventueel duurder wordt.
Uiteindelijk gaat de strijd om meer dan auto's
De derde pijler verklaart waarom Japan zo'n interessante partner voor Brussel is. De EU en Japan werken nu al samen om de afhankelijkheid van een beperkt aantal landen voor kritieke grondstoffen, batterijmaterialen en andere strategische producten te verminderen. In mei spraken beide partijen opnieuw af om projecten voor alternatieve grondstoffenketens te versnellen.
Dat maakt het nieuwe plan groter dan een volgende importheffing. Europa probeert tegelijk Chinese exportdruk te beperken, bevriende auto-industrieën dichtbij te houden en minder afhankelijk te worden van China voor de materialen waarmee die auto's worden gebouwd.
De eerste Europese muur was vrij eenvoudig: een extra heffing voor Chinese EV's. De volgende wordt veel ingewikkelder. Niet iedere buitenlandse auto moet buiten blijven. Brussel probeert vooral te bepalen welke landen straks aan de Europese kant van de muur mogen staan.