De aanleiding voor het verhaal is een nieuwe aflevering van Hagerty's Barn Find Hunter. Presentator Tom Cotter bezoekt het Classic Car Club of America Museum op het terrein van het Gilmore Car Museum in Michigan. Daar staat momenteel de tentoonstelling Hidden Treasures: Classics Preserved in the Shadows of War, met drie auto's die tijdens de Tweede Wereldoorlog bewust uit het zicht werden gehouden.
De opvallendste is een 1931 Duesenberg Model J Tourster by Derham, chassis 2440 en motor J-423. De eerste eigenaar was Butler Hallahan, een vermogende societyfiguur uit Philadelphia die regelmatig tussen Amerika en Europa reisde. Een krantenprofiel uit 1941 beschreef zelfs hoe hij met een auto van 17.000 dollar als onderdeel van zijn bagage tussen beide continenten pendelde. Van deze Tourster werden slechts acht originele exemplaren door Derham gebouwd.
Geen garage, maar een hooiberg
Toen in 1939 de oorlog in Europa uitbrak, zou Hallahan haastig naar de Verenigde Staten zijn teruggekeerd. Zijn Duesenberg bleef in Italië achter. Wie zich vervolgens over de auto ontfermde, is volgens de gedocumenteerde geschiedenis nooit bekend geworden.
Die onbekende redder koos ook niet voor een afgesloten garage. De Duesenberg werd in een schuur onder een grote hoeveelheid hooi verborgen en bleef daar tot het einde van de oorlog. Het Gilmore Car Museum zegt dat de auto's in de huidige tentoonstelling bewust werden verstopt om te voorkomen dat binnenvallende troepen ze in beslag zouden nemen.
"Dit is de auto die onder een hooiberg in een schuur in Italië verborgen werd."
Dat maakt dit een merkwaardig soort barn find. De meeste schuurvondsten ontstaan doordat iemand een auto wegzet en hem decennia vergeet. Hier werd de schuurvondst juist bewust gecreëerd, omdat verdwijnen waarschijnlijk de beste kans was om de auto te laten overleven.
Na de oorlog komt J-423 weer tevoorschijn
Aan het einde van de oorlog werd de Duesenberg volgens RM Sotheby's teruggevonden door een Italiaanse militaire officier. In 1946 werd de auto door de Amerikaanse kapitein R.W. Schreck verkocht aan de Milanese autoliefhebber Dore Leto di Priolo. Daar bleef hij ruim twintig jaar.
In 1968 kocht de Amerikaanse verzamelaar Tony Pascucci de Duesenberg en bracht hem terug naar de Verenigde Staten. In de jaren zeventig werd de auto gerestaureerd. Opvallend genoeg bleef er veel origineel materiaal behouden. Volgens de latere veilingdocumentatie hoefde zelfs het oorspronkelijke houten raamwerk van de carrosserie niet te worden vervangen en is de carrosserie nooit van het chassis gehaald.
84 jaar later valt de hamer op 1,71 miljoen dollar
Daar eindigt het verhaal nog niet. In augustus 2023 verscheen precies deze Duesenberg, compleet met motor J-423 en chassis 2440, bij RM Sotheby's in Monterey. De hamer viel uiteindelijk bij 1.710.000 dollar. Daarmee kreeg de auto die ooit onder hooi moest verdwijnen 84 jaar later een zeer openbaar prijskaartje.
In 2026 staat hij opnieuw in de belangstelling. Het Classic Car Club of America Museum heeft voor de tentoonstelling zelfs de omstandigheden nagebouwd waarin de drie auto's tijdens de oorlog verborgen waren. De expositie loopt van april tot en met november 2026. In de Hagerty-video vertelt Hansen bovendien dat de Duesenberg geen stilstaand museumstuk is: de auto wordt nog gereden en stond op het punt aan een rit van ongeveer 500 mijl deel te nemen.
Ook twee andere klassiekers moesten verdwijnen
De Duesenberg is niet de enige overlever. In dezelfde tentoonstelling staat een 1939 Buick die tijdens de oorlog in de kelder van een meubelfabriek in Denemarken werd verborgen. Daarnaast staat er een 1938 Packard Twelve die op een landgoed in Frankrijk uit het zicht werd gehouden. De tentoonstelling reconstrueert alle drie de schuilplaatsen.
Normaal gesproken is een barn find het resultaat van verwaarlozing, tijd en toeval. Bij deze drie auto's gebeurde ongeveer het tegenovergestelde. Ze bestaan vandaag nog omdat iemand destijds precies wist hoe bijzonder ze waren, en besloot dat de veiligste plek voorlopig een plek was waar niemand ze kon zien.