Stel dat je betrokken raakt bij een aanrijding en de andere bestuurder beweert dat jij de fout hebt gemaakt. Normaal gesproken ontstaat al snel een discussie over wie waar reed, welk verkeerslicht op groen stond en wie als eerste van rijstrook wisselde. Jij hebt alleen een voordeel: achter de voorruit hangt een dashcam die alles heeft opgenomen.
Je haalt het geheugenkaartje eruit en verwacht dat de discussie daarmee snel voorbij is. Alleen blijkt bij het terugkijken dat de camera meer heeft vastgelegd dan alleen de botsing. Een halve minuut eerder reed je misschien harder dan toegestaan, keek je naar je telefoon of maakte je zelf een twijfelachtige manoeuvre. Dan ontstaat een interessante vraag: kan het bewijs waarmee jij jezelf wilde verdedigen uiteindelijk ook tegen je worden gebruikt?
Een dashcam kiest geen partij
Een dashcam mag in Nederland gewoon worden gebruikt en kan bij een ongeval bijzonder waardevol zijn. Zeker wanneer twee automobilisten verschillende verhalen vertellen, kunnen beelden duidelijk maken hoe de situatie werkelijk verliep. Ook de politie vraagt na ernstige verkeersongevallen regelmatig om camerabeelden van automobilisten die toevallig in de buurt waren.
Maar de camera registreert simpelweg wat er gebeurt en maakt daarbij geen onderscheid tussen het gedrag van jou en dat van een ander. Wanneer jij na een ongeval beelden aanlevert, kan dus niet alleen worden gekeken naar de fout van de tegenpartij. Ook jouw eigen rijgedrag vóór de botsing kan relevant worden.
Dat betekent overigens niet dat iedere snelheid die onder in beeld staat of iedere kleine verkeersfout automatisch een boete oplevert. Zoals bij ander bewijs moet duidelijk zijn wat de beelden precies aantonen, of ze betrouwbaar zijn en of kan worden vastgesteld wie de auto bestuurde. Bij een ernstig ongeval kan de opname echter een veel belangrijkere rol krijgen.
Dat gebeurde bij een Nederlandse taxichauffeur
Een zaak bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant laat goed zien hoe dat in de praktijk kan uitpakken. Een taxichauffeur reed in Tilburg drie voetgangers aan bij een oversteekplaats. Zijn taxi beschikte over camera's die zowel de weg voor de auto als het interieur vastlegden.
Voor de bestuurder pakte dat ongelukkig uit. Op de beelden van de weg was te zien hoe de taxi met oplopende snelheid richting een verkeerslicht reed en vervolgens het rode licht passeerde. Tegelijkertijd liet de interieurcamera zien waar de chauffeur mee bezig was.
Daarop was onder meer zichtbaar dat hij zijn telefoon op schoot en in zijn hand had en in de periode voor de aanrijding niet voortdurend naar de weg keek. De rechtbank kon daardoor niet alleen naar het moment van de botsing kijken, maar een veel completer beeld vormen van het rijgedrag dat eraan voorafging.
Juist dat maakt dashcambeelden bij ernstige verkeersongevallen zo krachtig. Een getuige ziet misschien alleen de botsing, terwijl een camera ook de tientallen seconden ervoor heeft opgenomen. Daardoor kan zichtbaar worden of een bestuurder afgeleid was, welke verkeersregels werden overtreden en hoe de gevaarlijke situatie ontstond.
Wat als je de beelden gewoon niet afgeeft?
Wanneer je zelf over de opname beschikt, lijkt de oplossing eenvoudig: als de beelden ongunstig zijn, geef je ze niet aan de politie. Maar ook daar ligt de situatie genuanceerder.
Na een ongeval kun je camerabeelden vrijwillig verstrekken. De politie kan die vervolgens gebruiken bij het onderzoek. Bij een strafrechtelijk onderzoek bestaan daarnaast bevoegdheden waarmee camerabeelden onder bepaalde voorwaarden kunnen worden gevorderd.
Welke bevoegdheid precies kan worden gebruikt, hangt onder meer af van het onderzoek en de verdenking. Bij een zwaar verkeersongeval kan bovendien meer worden onderzocht dan alleen één videobestand. Voertuigen en gegevensdragers kunnen onderdeel worden van het technisch onderzoek waarmee politie en justitie proberen te reconstrueren wat er is gebeurd.
Een dashcam is daardoor niet simpelweg een privégetuige waarvan jij achteraf kunt bepalen welke delen van het verhaal relevant zijn. Zodra de beelden onderdeel worden van een onderzoek, kan het volledige beeld belangrijk worden.
Maar een getal in beeld is nog geen snelheidsboete
Veel moderne dashcams slaan naast video ook locatie- en snelheidsgegevens op. Daardoor kan tijdens het terugkijken bijvoorbeeld in beeld staan dat de auto 117 km/u reed terwijl ter plaatse 100 km/u is toegestaan.
Dat betekent niet automatisch dat de politie op basis van dat ene getal een verkeersboete kan uitschrijven. De betrouwbaarheid en herkomst van dergelijke gegevens spelen eveneens een rol. Een GPS-snelheid uit een consumentencamera is iets anders dan een officiële snelheidsmeting met daarvoor bestemde apparatuur.
Ook de video zelf moet in de juiste context worden beoordeeld. Daarom is het verstandig om na een ongeval juist de oorspronkelijke bestanden te bewaren. Wie alleen een kort fragment exporteert waarop de andere bestuurder iets fout doet en de rest verwijdert, kan onbedoeld discussie veroorzaken over wat er vóór en na dat fragment gebeurde.
Je eigen camera kan je dus redden én verraden
Dat klinkt misschien als een reden om helemaal geen dashcam te gebruiken, maar dat zou de verkeerde conclusie zijn. De camera kan na een botsing juist voorkomen dat een discussie over aansprakelijkheid uitsluitend afhangt van twee tegenstrijdige verklaringen. Voor de verkeersveiligheid en de reconstructie van ernstige ongevallen kunnen zulke beelden bovendien bijzonder waardevol zijn.
Alleen werkt dat voordeel twee kanten op. Een dashcam legt niet alleen vast hoe slecht de andere automobilist reed, maar ook wat jijzelf in de minuten voor een incident deed.
Wie na een botsing enthousiast zegt dat alles op camera staat, kan daardoor inderdaad het beslissende bewijs in handen hebben. Alleen is vooraf niet altijd zeker voor wie dat bewijs uiteindelijk het gunstigst uitpakt.