Rechter wil parkeren nog duurder maken

Parkeerbelasting is oneerlijk volgens de rechter in Arnhem en daar zijn we het natuurlijk hartgrondig mee eens. Alleen bedoelt deze rechter dat niet, hij wil het nog duurder maken om dat het oneerlijk is voor exploitanten van parkeergarages

De totale lul van de week-award is op maandag alweer gewonnen door een belastingadviseur uit Arnhem (we noemen zijn naam niet, want dat is teveel eer). Hij ving in Arnhem een parkeerboete en stapte daarmee naar de rechter. Tot zo ver niets nieuws, maar dan: hij vroeg de Rechtbank Gelderland om te bepalen dat er BTW over de belasting geheven moest worden. Het erge is, de rechter lachte de fiscalist niet uit, maar gaf hem gelijk.

Het gevolg van de uitspraak is dat de Belastingdienst zeer waarschijnlijk een naheffing van een paar honderd miljoen euro aan de verschillende gemeentes in Nederland kan gaan opleggen. Driemaal raden wie dat gaat betalen. Een ander gevolg is dat er dan in de toekomst 21% belasting over de parkeerkosten heen moet. Geld dat de gemeente niet in zijn eigen zak kan stoppen, maar dat ze door moeten passen aan Den Haag. En reken er maar niet op dat de gemeentes die 21% uit de opbrengsten betalen, die gaan ze gewoon op de prijs doen.

De redenering van de naamloze belastingconsulent is dat een private aanbieder van parkeerplaatsen eenzelfde soort dienst levert als een gemeente op straatparkeervakken. Met het verschil dat de privégaragehouder BTW afdraagt over de ontvangen parkeergelden. Gemeentes pakken de parkeergelden als belasting en dragen daarover natuurlijk geen omzetbelasting af. Dat de rechter meegaat in de redenering van fiscalistmans is bizar te noemen. Parkeervakken op straat zijn helemaal niet te vergelijken met parkeervakken in een parkeergarage. 

Gelukkig is de gemeente Arnhem in beroep gaan tegen de uitspraak. Opvallend is dat in mei dit jaar door een hogere rechter (eveneens in de Gelderse hoofdstad) is bepaald dat gemeentes juist geen BTW hoeven af te dragen over de inkomsten uit parkeerplaatsen. Die zaak ligt inmiddels bij de Hoge Raad, waar in het voorjaar 2017 een conclusie van de Advocaat-Generaal wordt verwacht en daarna uitsluitsel van de hoogste rechter.