De Parijse autosalon is ten dode opgeschreven

Zeg je Frankrijk, dan zeg je vergane glorie. In het postkoloniale tijdperk brokkelde 'la gloire de la patrie' sneller af dan het gebit van een methverslaafde, maar het land heeft tenminste nog een grote Europese autosalon. Nou ja, niet lang meer.

In de moderne tijd is een klassieke autobeurs eigenlijk onhoudbaar geworden, zoals we hier al uitgebreid aanstipten. Onhoudbaar, maar tegelijkertijd onmisbaar. Deze rare paradox heeft maar één logische uitkomst voor traditionele autoshows: het mes gaat in het aanbod, en dat is in het bijzonder slecht nieuws voor de Parijse autosalon.

Er is maar 1 Europese beurs die op dit moment gegarandeerd veilig en goed zit: die van Genève, die elk jaar in maart plaatsvindt. Dit is een beurs op neutraal terrein (Zwitserland heeft geen eigen auto-industrie), die in tegenstelling tot de andere grote Europese beurzen met een jaarlijkse frequentie georganiseerd wordt. 

Daarnaast heb je nog Parijs en Frankfurt (de IAA), die om-en-om plaatsvinden, in de late zomer/vroege herfst. Dit jaar is het de beurt aan Parijs, en de lijst met afhakers wordt met de dag groter. Als onderdeel van zijn nieuwe beursstrategie doet Volvo alleen nog Genève in Europa; kort voor Genève 2016 gaf Ford aan dit jaar Parijs over te slaan wegens geen nieuws, en ook Mazda haakte af voor de lichtstad.

Naast deze 3 volumemerken nemen Aston Martin, McLaren, Bentley, Rolls-Royce, maar ook Lamborghini en Cadillac een rain check voor wat Parijs aangaat. Liefhebbers van Britse merken hebben derhalve bar weinig te zoeken op de Mondial de l'Automobile 2016, komende oktober. Overigens heeft de Parijse salon een flink langere adem dan die van Londen, die al decennia dood is. Wat dat betreft troeven de Fransen hun klassieke rivaal Groot-Brittannië in ieder geval nog af.

Onze voorspelling: we gaan in de toekomst naar anderhalve show per jaar. De Duitse auto-industrie heeft voldoende volume, nieuwswaardigheid, en draagkracht om zijn spierballen elke twee jaar in Frankfurt te laten rollen, dus die show blijft. Parijs daarentegen vertoont barstjes, en dat is het begin van het einde. Zodra merken bij je evenement weg beginnen te blijven is dat doorgaans een veeg teken, en sta je met één been in het graf.

De Franse auto-industrie won de laatste jaren aan zelfverzekerdheid en ontwikkelde nieuw elan, maar is desalniettemin niet krachtig genoeg om het vacuum van de wegblijvers op te vullen. Wat de Fransen dus gaan doen, is trachten de Autosalon van Genève meer voor zich te claimen, als soort van satellietbeurs. Deze wordt al in Franstalig gebied georganiseerd, op een steenworp van de Franse grens. Het zal even slikken zijn voor de immer patriottistische Fransoos, maar de bittere pil spoelt snel weg met zakelijke ratio. En de Mondial de l'Automobile? Die glijdt af in de anonimiteit, tenzij de organisatoren heel snel een briljante zet bedenken.

Foto: Franse president Hollande drukt op knopjes in een Renault, onder toeziend oog van Nissan-Renaults grootverdienende CEO Carlos Ghosn.