Open Pijpen: Pegaso Z-102

Pegaso is zo'n ons ontvallen merk waar je wel eens van gehoord hebt, maar waar je niet direct een model van voor ogen krijgt. Wat best zonde is. Hun Z-102 series sportwagens uit de vijftiger jaren mogen gezien worden.

De motoren hierin, DOHC V8s van 't huis, zijn daarbij type 'volume op 11'. Als onderdeel van Enesa uiteindelijk opgegaan in Iveco, en eigenlijk meer in vrachtwagens, agrarisch en militair spul, vlamde het Spaanse Pegaso tussen 1951 en 1958 onder de bezielende leiding van Wifredo Ricart. De 86 geproduceerde vlammen van in aluminium afgekleede Z-102 modellen maakten Enzo Ferrari jaloers. Ricart en Ferrari kenden elkaar van hun vooroorlogse in onmin doorgebrachte tijd bij Alfa Romeo. Zeker toen een kweekvijver van technovernuft. Naast dergelijk vernuft in vrachtwagens als de Pegaso Z-207 'Barajas' steken, stak Ricart Enzo's ogen uit met Z-102s. Elke Z-102. Want niet alleen de paar die door de haute couture blikontwerper Saoutchik gekleed werden mochten er zijn.

Natuurlijk is een zwijmelsmoeltje met opwindende namen als Touring Berlinetta Superleggera of Spyder Rabassada alleen niet genoeg om Enzo te zieken. Een vingeraflikkende aandrijving is eveneens noodzakelijk. Alle Z-102s kregen voorin een Pegaso all-alu DOHC V8 met desmodromische klepaandrijving. Waar de koppen er 32 van telden. Raceversies gingen tot circa 360 pk, maar ook de straatvermogens van 165 tot 270 pk uit motoren met een cilinderinhoud van 2472 tot 3178 cc, al dan niet voorzien van een (tweetraps) supercharger, waren blokken om tot je laatste vingerkootje af te kluiven.

Een vijfbak met limslipdiff in een semi-transaxle constructie achter vertaalde het vermogen naar hoge topsnelheden. Een geprepareerde klopte met 249 km/u in 1953 een eerder (circuit)record van een Jaguar XK120. De tamste met 165 pk klokte al iets van 195 km/u. Allemaal redelijk Enzo-chagrijnigmakend. Dat er ooit maar zo'n 86 Z-102 modellen zijn gebouwd beurde hem wel een beetje op. Met een extra lachje om de Z-103 serie, waar iets minder hightech V8s tot 4.7 liter in moesten komen. De vier gebouwde exemplaren waren er te weinig om zijn humeur opnieuw te verpesten. Wat later iets luisterend naar de naam E-type (1961) wel weer deed. Vervolgens zorgde een vervelende tractorenbouwer uit zijn eigen buurt voor brandend maagzuur met zijn Ferrari-onvriendelijke ontwerpen (vanaf 1963). Eigenlijk best verbazend dat Enzo negentig is geworden.