Aussie Rules: het verhaal van de HDT Monza V8

In Europa kennen we de Opel Monza als een grote, comfortabele, maar niet al te sportieve coupe die het niet redde tegen de concurrentie van BMW en Mercedes. In Australia hebben ze er dankzij ene Peter Brock echter een heel ander beeld bij. Dit is het uitgebreide verhaal van de HDT Monza V8.
Aussie Rules: het verhaal van de HDT Monza V8

Al vanaf zijn introductie in 1978 was de Opel Monza gedoemd te mislukken. Met de elegante driedeurs coupe wilde het merk dat bekend stond om z'n no-nonsense familiewagens het hoger op zoeken. De Monza moest de strijd aangaan met 'premium' modellen zoals de Mercedes W123 Coupe en de BMW 6-serie. Een goed plan, maar de uitwerking was minder.

Dankzij Opel's gewoonte om tussen vrijwel alle modellen onderdelen uit te wisselen kwamen veel onderdelen van de mindere Rekord in de Monza terecht. Dat was op zich geen probleem, maar het ging niet zomaar om onderhuidse delen zoals een remklauw of een koelreservoir. Het interieur kreeg tellers en andere trimdelen uit de budget-sedan en zat vol goedkoop plastic. Leren stoelen waren ook geen optie. Hierdoor miste de grote coupe net datgene dat nodig was om de Duitse luxemerken aan te pakken: prestige.

De Monza A2 facelift moest het tij keren in 1982.

Qua prestaties was de auto ook geen revelatie in zijn segment. Bij de introductie waren alleen zescilinders beschikbaar: een 2,8 met 140 pk, een 3,0 met 150 pk en een 3,0 met injectie die 180 pk leverde. Die laatste werd meteen de snelste Opel ooit gebouwd met een top van 215 kilometer per uur, maar de vergelijking met BMW en Mercedes ging al snel mank. De Opel was niet snel genoeg. Althans, vanuit een Europees perspectief.

In 1981 maakte de auto echter alsnog een diepe indruk op iemand die goed wist wat snelheid was. Australische toerwagenlegende Peter Brock was samen met collega's Colin Bond en Jim Richards afgereisd naar Le Mans om een Porsche 924 Carrera GTR te besturen tijdens de bekende 24-uurs race. Door problemen wisten ze de auto niet te kwalificeren, waardoor Brock tijd over had. Ondanks dat hij onder de Porsche Cars Australia-vlag reed was zijn leenauto toevallig een Opel Monza.

Na wat getoer door Duitsland raakte Brock al snel in de ban van de grote Opel: “I loved it. It was a very nice car, very well engineered. And I loved the look of it. This was a good looking vehicle."

Back Down Under

De Holden 308 4,9 liter V8 paste perfect bij de Monza.

Terug in Australië bleef Peter terugdenken aan zijn ervaringen met de Monza. En daar was een hele goede reden voor. Brock was namelijk het hoofd van het Holden Dealer Team, de semi-officiële motorsport arm van Opel's Australische zustermerk. Toen Holden zich na Ford terugtrok uit de Australische toerwagenscene pakte Brock met HDT de draad op en bleef hij straatauto's produceren om zijn racers te kunnen homologeren.

Vanaf 1980 was dat de Holden Commodore, afgeleid van de Opel Rekord. Aangezien de Monza op hetzelfde platform stond leek het Brock een goed idee om het Europese chassis te combineren met een Australische V8. De Monza was namelijk niet alleen aerodynamischer dan de Commodore, maar had ook volledig onafhankelijke achterwielophanging. Bij Holden stoeiden ze nog met starre assen, waardoor de Opel een flinke verbetering was.

Reserveonderdeel

In 1983 bracht Peter Brock een bezoekje aan de Opel-fabriek in Russelsheim om zijn ideeën te bespreken. Na een korte rondleiding langs de assemblagelijn kwam hij er al snel achter op welk punt hij de Monza van de band moest halen: “I ended up going to Opel and organised how to buy the car in semi-finished condition, it was a very old assembly line they were doing the Monzas on, in Russelsheim and it was a double-storey job. I walked along the assembly line and we realised that at one particular point [on the line] it had the fuel tank in it; it had no diff or engine or trans but it was fully trimmed."

“So we said, ‘Right. As it turns around the corner here, we’ll pull the car off the line and put it in a box and we’re cooking with gas! We could buy the rear end complete with the tail shaft, but we didn’t need gearboxes, didn’t need engines. And the landed price in Australia would have been very cheap. We were set. From memory, the cost of getting the trimmed body shell, with the dash in it; no engine, trans, radiator; ready to accept all the Commodore mechanicals – was about $14,000.“

Gelukkig voor Brock werd de Monza ook in Engeland verkocht, waardoor hij zich niet druk hoefde te maken om een conversie naar rechtsgestuurd. Omdat hij een incomplete auto kocht kon hij de Opel bovendien als 'reserve-onderdelen' aanmerken bij de douane, waardoor hij een stuk minder belasting hoefde te betalen.

Plug & play

Zoals Peter Brock al had verwacht was het kinderlijk eenvoudig om de Holden 308 V8 passend te krijgen in de neus van de Opel. Alle relevante onderdelen werden simpelweg vervangen door exemplaren uit de Holden Commodore. De dwarsbalk, motorsteunen en stuurinrichting konden een op een worden overgezet. Daar bleef het echter niet bij. HDT monteerde een grotere rembekrachtiger en remschijven, remklauwen geleend van de Corvette en Borg Warner's splinternieuwe T5 handgeschakelde vijfversnellingsbak.

Je zou denken dat door de dikke (bijna) vijfliter het gewicht van de Monza enorm omhoog schoot. Het tegendeel was waar. De ouderwetse pushrod V8 was ondanks zijn inhoud fysiek kleiner, korter en lichter dan de zes in lijn van Opel.

Hierdoor werd de Monza niet alleen lichter in zijn geheel, maar verplaatste het zwaartepunt ook nog eens verder naar achteren. De HDT had dus minder last van onderstuur dan het origineel. Het maakte de Monza een ideale basis voor een Group A-toerwagen. Dit was iets dat Brock hard nodig had, aangezien het ATCC in 1985 naar die regels over zou stappen.

Grote hit

HDT presenteerde de Monza tijdens de Canberra Motor Show in 1984. Met zijn 250 pk, 417 Nm, Group 3-specificatie motor en voor Australische begrippen exotische looks kon de HDT Monza op veel belangstelling rekenen. Een lokale dealer bestelde zelfs prompt acht exemplaren op de beursvloer.

Brock had een richtprijs van 35.000 Australische dollars in gedachten. Dit was $8000 meer dan een vergelijkbare Commodore, maar dat was een sedan. Een coupe in die klasse had Holden niet en de Europese concurrentie was nog veel duurder. Helaas zou het nooit zo ver komen.

Australian Design Rules

Het grootste obstakel voor het project waren de zogenaamde Australian Design Rules. Deze strikte set reglementen was de grootste reden achter de moeizame transformatie van de Opel Rekord naar de Holden Commodore in 1978. Dankzij het lange en kostbare proces om de Monza aan alle specifieke eisen voor de veiligheid en emissies te voldoen zou de prijs opgeblazen worden naar ongeveer $50.000. De business case voor de HDT Monza verdween daarmee als sneeuw voor de zon.

Brock vermoedde daarnaast dat Holden niet zat te wachten op de HDT Monza, aangezien de auto de snelle Commodores te kakken zou zetten. Peter zag de Monza zelf als een welkome aanvulling op de Commodore-range. Daarbij had hij in samenwerking met Holden een export-deal op kunnen zetten met Opel om de Monza-shells om te ruilen voor Holden V8'en. Ze zouden immers ook in linksgestuurde Monza's en Senators kunnen passen.

Holden's geheime redding

De plannen voor de productie van de HDT Monza werden vrijwel meteen na het ADR-nieuws geschrapt, waardoor het bleef bij een enkel prototype. Peter Brock wilde het ding echter niet weg laten kwijnen in een stoffig hoekje van de HDT-garage. In plaats daarvan zette hij een uitvoerig testprogramma uit op het Lang Lang testterrein van Holden.

Het doel van die tests was het beoordelen van de onafhankelijke achterwielophanging. Peter wilde aan afgeleide daarvan monteren op de volgende HDT Commodore. Vanwege de link met Holden keken ingenieurs van het merk ook mee, want het gerucht ging dat aartsrivaal Ford ook werkte aan onafhankelijke ophanging voor de in 1988 uit te brengen Falcon.

Dankzij het testwerk met de HDT Monza verscheen in 1988 de controversiële HDT Director. Holden deed er zelf nog twee extra jaren over voordat het de volledig onafhankelijke afgeveerde Statesman introduceerde in 1990. Ook de Borg Warner transmissie die door Brock geïntroduceerd werd nam Holden over voor de nieuwe Commodore in 1988.

Prive-handen

Nadat het testprogramma afgerond was verkocht Peter Brock de HDT Monza in 1985 aan verzamelaar Phil Walmsley. Het duurde tot 2005 voordat hij de auto weer zag, toen Walmsley hem vroeg om de Monza nog een keer uit te laten op het circuit. Peter verbaasde Phil met zijn ijzersterke geheugen en goede bekendheid met de auto. Al snel ging het weer net zo hard als in 1985.

Twintig jaar later ging Brock nog net zo hard met de Monza.

Niet te betalen

In 2016 kwam de HDT Monza op het veilingblok te staan. De opbrengst werd geschat op $120.000, meer dan het dubbele waarvoor de auto origineel te koop aangeboden zou zijn. Het minimumbedrag werd echter niet gehaald, dus de Monza ging weer mee terug met Phil Walmsley. Er is maar een HDT Monza, maar zijn gebrek aan racehistorie en onbekendheid bij het grote publiek betekent dat er maar weinig vermogende van zijn.

Mocht je dus wel trek hebben in een dikke Opel aangepakt door een negenvoudig Bathurst-winnaar, dan moet je diepe zakken hebben. Ons lijkt een handgeschakelde V8 Monza wel wat. Het is eeuwig jammer dat het nooit tot een productiemodel kwam.