'Formule E wordt te snel voor eigen circuits'

Met de veel krachtigere Gen 3-wagens in aantocht staat de Formule E voor een interessante uitdaging. Door de nieuwe machines wordt de serie te snel voor hun eigen circuits. CEO Jamie Reigle denkt al hardop na over mogelijke aanpassingen.

'Formule E wordt te snel voor eigen circuits'

Sinds het debuut van de elektrische raceklasse in 2014 heeft de Formule E de nodig ups and downs meegemaakt. De serie werd aanvankelijk weggelachen vanwege de noodzaak om midden in de race van auto te wisselen vanwege de beperkte actieradius.

Toen het accupakket eenmaal verbeterd was maakte de FE echter een flinke groei door dankzij het toetreden van grote merken zoals BMW, Jaguar, Nissan, Porsche, DS, Audi en Mercedes. Recent hebben de Duitse Drie hun steun echter weer ingetrokken, waardoor de serie aan het wankelen is gebracht.

Méér vermogen

Met de nieuwe Gen 3 Formule E racers hoopt de organisatie vanaf volgend seizoen een nieuwe impuls te geven aan de klasse. Dat doen ze vooral met een enorme stijging van het vermogen. De huidige machines leveren standaard race specificatie ongeveer 270 pk. Door het gebruik van de Attack Mode (301 pk) en Fan-Boost Mode (335 pk) kan het vermogen tijdelijk verhoogd worden.

Aangezien zelfs een Formule 3-wagen al 380 pk heeft is dat echter weinig indrukwekkend. De Monaco ePrix van vorig jaar maakte het verschil tussen de FE en de F1 dan ook pijnlijk duidelijk, aangezien de serie voor het eerst het volledige Grand Prix circuit gebruikte. Antonio Félix da Costa's pole position tijd was meer dan 11 seconden langzamer dan de tijd van F2-racer Theo Pourchaire dat jaar. Charles Leclerc deed daar nog eens tien seconden bij. Met een 470 pk sterke elektromotor belooft Gen 3 daar vijf tot zeven seconden af te halen.

Circuits de beperkende factor

Dat extra vermogen levert echter de nodige problemen op. De krappe stratencircuits, evenementhallen en oude vliegvelden waar de Formule E op vertoeft zijn namelijk helemaal niet berekend op wagens met bijna 500 pk. De auto's zullen de extra power op veel van de circuits helemaal niet kwijt kunnen, waardoor het snelheidsverschil met de vorige generatie niet eens te zien is. Dat zou de investeringen in de nieuwe wagens complete geldverspilling maken.

In een interview met Autosport erkent Formule E CEO Jamie Reigle het probleem en geeft hij gesprekken te hebben gestart met de desbetreffende circuits. Vooral het extreem hoekige en 1.9 kilometer korte circuit van Parijs baart hem zorgen:

"Onder dezelfde omstandigheden zullen de Gen 3 auto's sneller zijn en zullen er meer kansen zijn om in te halen. Het is duidelijk dat er sommige circuits zijn binnen de Formule 1 waar er uitdagingen zullen zijn op het gebied van acceleratie en het tonen van de verbeteringen aan de auto's. Dus het circuit waar mensen eigenlijk veel over praten is Parijs, met veel 90 graden bochten. Het is heel duidelijk een stads-circuit, maar dat is een uitdaging. We hebben gesprekken met Parijs rond de mogelijkheid om de layout van het circuit te veranderen, aangezien we er nog steeds graag zouden racen en van plan zijn dat in 2023 en verder te doen."

Het ePrix circuit van Parijs.

Monaco als voorbeeld

Reigle ziet de recente overstap naar het volledige Monaco Grand Prix circuit als een duidelijke mijlpaal in de geschiedenis van de Formule E. De Monaco ePrix moet een bouwsteen worden voor het Gen 3-tijdperk, waarbij grotere circuits en hogere snelheden de norm gaan worden. Met spannende races moet de serie bovendien het ongelukkige imago van botsauto's op de kermis ver achter zich gaan laten:

"Als ik kijk naar Monaco, er was een interessante discussie vorig jaar toen we op voor de eerste keer op het volledige circuit raceten, een flink debat over rondetijden: zal de Formule E auto langzaam zijn? Vergeleken met een Formule 1-wagen, denk ik dat iedereen accepteert dat F1-wagens sneller zijn. Maar wat we in de Formule E zagen was 65 inhaalacties, zes leiderswissels en een ongelooflijke race."

"En dus wat we denken dat er zal gebeuren met Gen 3 is meer van hetzelfde, behalve dat we vijf, zes, zeven seconden sneller zullen gaan. Dus ik denk dat er meer dan genoeg ruimte voor ons is om binnen dit kader uit te breiden. Sommige circuits moeten we evalueren en we doen dat met de FIA om ervoor te zorgen dat het veilig is en kan leiden tot goede, opwindende racerij."

Autosport
  • Mercedes-Benz, FIA