Waarom Formule 1's 'Sprint-Qualifying' totaal niet gaat werken

Extra mini-races bij drie Grands Prix moeten volgens de F1 alles anders maken. We hebben zo onze twijfels.
Waarom Formule 1's 'Sprint-Qualifying' totaal niet gaat werken

Ze zijn er eindelijk over uit: bij drie niet nader genoemde Grand Prix zal de Formule 1 definitief het roer omgooien. Als grootste toevoeging zal er op de zaterdag een 'Sprint-Qualifying'-race van 100 kilometer plaatsvinden.

De extra race is een poging om het Grand Prix weekend minder voorspelbaar te maken, waardoor er weer eens andere auto's gaan winnen dan een Mercedes of een Red Bull. Als we eens goed kijken naar het nieuwe format vallen er echter al grote gaten in die plannen.

Het nieuwe format

Onder het nieuwe schema opent het weekend op de vrijdag met een vrije training van een uur. Later op de dag volgt de standaard kwalificatie met Q1, 2 en 3. De sessie op de zaterdag komt te vervallen en wordt vervangen door een tweede vrije training.

De kwalificatie op de vrijdag bepaalt vervolgens de startvolgorde voor de Sprint-Qualifying-race op zaterdag. De resultaten van die race worden vervolgens meegenomen als de startvolgorde voor de echte Grand Prix op de zondag.

'Sprint-Qualifying'

Afgezien van de halfslachtige naam (ze durven het niet eens een race te noemen) zijn er een paar grote problemen met het concept van Sprint-Qualifying. De sprint race is een afgezwakte variant van de beoogde reverse grid-races, die onder druk van de grote teams en verschillende coureurs van tafel geveegd werd. Door een traditionele kwalificatie voorafgaand aan de sprint race te houden wordt het effect enorm verminderd.

De snelste auto's (Red Bull, Mercedes) zullen nog steeds vooraan starten. Aangezien het gat naar de rest enorm is zal dat in de race niet anders zijn, waardoor de volgorde voor de Grand Prix net zo goed hetzelfde is. Daarbij zijn er geen pitstops, waardoor er geen kans is voor een langzamere auto om op strategie plekken te winnen.

Dit gaan we veel vaker zien met het nieuwe format.

Spektakel of supersaai?

Sprint-Qualifying race bepaalt niet alleen de volgorde voor de Grand Prix, er zijn ook WK-punten te verdienen. Dat zijn er echter bijzonder weinig. Alleen de top 3 maakt kans op punten: 3 voor P1, 2 voor P2 en 1 voor P3. In theorie moet dit de rijders en teams motiveren om voor een podiumplek te gaan. In de praktijk zal het eerder tot extreem voorzichtige coureurs leiden.

Teveel risico

Het gat met de snelste twee is in racetrim zo groot dat het voor teams als Alpine, Aston Martin of Ferrari weinig zin heeft om voluit te gaan. Dat levert simpelweg teveel risico op. Er zijn een hoop meer punten te verliezen met een crash op de zaterdag dan dat er te winnen zijn met mager puntje voor een podiumplek.

De FIA is zich hiervan bewust: de teams hebben per auto $300.000 extra reparatiebudget gekregen voor elke Sprint-Qualifying race. Dat is leuk en aardig, maar als een auto te zwaar beschadigd raakt tijdens de Sprint-Qualifying-race kan dat team geen kant op. De T-car reservewagen is namelijk al verboden sinds 2008. Een kapotte auto in de sprint race is dus einde weekend, met alle financiële gevolgen van dien.

Tegenstrijdig

Het idee van een extra race op zaterdag past bovendien niet in de manier waarop de Formule 1 zich wil profileren. De extra races gaan volledig in tegen het nieuwe mantra van kostenbesparing, helemaal omdat het extra belasting oplevert voor de motoren.

De teams mogen sinds 2018 maximaal drie Power Units gebruiken voor het hele seizoen, bij meer volgen penalties. De extra 300 kilometer die in racetrim gereden zal moeten worden gaat ongetwijfeld roet in het eten gooien. Daarnaast kun je je afvragen of de steeds sterkere eco-boodschap ondersteund wordt door het plan. Meer races is immers meer uitstoot.

2016

Het Sprint-Qualifying-plan doet sterk denken aan het verguisde kwalificatie-format dat twee weken voor het seizoen van 2016 geïntroduceerd werd. Onder die regels werd om de 90 seconden de langzaamste coureur geëlimineerd, in de hoop dat teams hun auto's de hele sessie op de baan zouden houden.

In de praktijk zette iedereen een snelle rond met minimale brandstof. Omdat het in de gegeven tijd onmogelijk was om te tanken en banden te wisselen bleven ze de rest van de sessie gewoon binnen. Na twee races had de FIA eindelijk door dat dit niet werkte en werd het oude format dat sinds 2006 dienst deed weer in gebruik genomen. Het heeft er alle schijn van dat Sprint-Qualifying hetzelfde lot beschoren is.