6 supercars met Formule 1-motoren

Deze zes scheurijzers doen de AMG One meteen vergeten.
6 supercars met Formule 1-motoren

Nu wederom duidelijk is geworden dat de langverwachte Mercedes AMG One nog langer op zich zal laten wachten leek het ons een goed idee om terug te kijken naar de andere pogingen om F1-techniek de straat op de brengen. Sommigen waren succesvol, anderen kwam niet verder dan een paar prototypes, maar stuk voor stuk zijn ze extreem cool.

1. Porsche Carrera GT '03

Voor velen staat de Carrera GT en zijn goddelijke V10 bekend als een reboot van de teruggetrokken LMP2000 Le Mans-racer. Maar als je een beetje dieper graaft kom je achter het F1-DNA van de laatste analoge supercar. In 1991 leverde Porsche een 3,5 liter V12 aan het Footwork Arrows-team. Die motor bestond echter eigenlijk uit twee oude, bij elkaar geraapte turbo V6'en en was daardoor extreem groot, zwaar, dorstig en zwak.

Om revanche te nemen ontwikkelden de Duitsers voor 1992 een nieuwe V10 naar het voorbeeld van Honda en Renault. Footwork had echter niet het geduld om hier op te wachten en stapte halverwege het seizoen al over naar Cosworth. Porsche trok zich daarop terug en de V10 kwam een paar jaar op de plank te liggen.

Het blok werd in 1999 voor het Le Mans-prototype vergroot van 3,5 naar 5 en uiteindelijk 5,5 liter. In de productieversie van de Carrera GT kwam de V10 uiteindelijk op 5,7 liter. Met 612 pk, een handgeschakelde zesbak met een vreemd werkende koppeling en vrijwel geen elektronische assistentie werd de auto berucht om zijn listigheid. Er werden 1.270 van gemaakt.

2. Yamaha OX99-11 '92

Bij Formule 1 denk je misschien niet meteen aan Yamaha. Toch speelde de Japanse gigant een belangrijke rol in het middenveld tussen 1989 en 1997. Om de F1-campagne kracht bij te zetten werd de OX99-11 supercar bedacht. De unieke tweezitter was geïnspireerd op Group C Le Mans prototypes en plaatste de passagier pal achter de bestuurder.

Het centrale punt van de Yamaha was een 3,5 liter OX99 V12 met vijf kleppen per cylinder, geleend van de Brabham BT60Y F1-wagen. In race-spec produceerde het blok zo'n 700 pk, maar voor de straat werd dit geknepen naar rond de 400 pk. Als je handig was met de handgeschakelde zesbak kon je het 1000 kilo wegende wagentje binnen 3.2 seconden naar de 100 knallen en doorstomen naar een geschatte top van 320 kilometer per uur.

Botsingen tussen Yamaha's management en Britse ontwikkelaar International Auto Design leidden tot lange vertragingen, maar enorme economische crisis in Japan zette uiteindelijk voorgoed de rem op het project. Er werden slechts drie prototypes gebouwd: zwart, groen en rood.

3. Monteverdi Hai 650 F1 '92

In de vroege jaren '90 leken Formule 1-teams links en rechts uit de grond te schieten. Een daarvan was Onyx Grand Prix. Het Britse team kwam na twee seizoenen echter al aan z'n einde in 1990. Daarop werd het team overgenomen door de zonderlinge Peter Monteverdi. De Zwitser had in de jaren '70 naam gemaakt met exotische GT's en supercars voorzien van Chrysler-motoren, maar had sindsdien de auto-industrie de rug toegekeerd.

Terwijl hij nog druk bezig was om zijn nieuwe F1-team op de rails te krijgen, begon hij alvast aan ervan afgeleid supercar-project. De Hai 650 F1 was bedoeld als de opvolger van de extreme zevenliter Hai 450 uit 1970 en moest Monteverdi weer op de kaart zetten in de autowereld.

Dat ging ver: zelfs het chassis was nauw verwant aan de Monteverdi F1-racer. De 3,5 liter Ford-Cosworth DFR V8 en Hewland-zesbak waren vrijwel ongewijzigd. Dat betekende 660 pk bij 11.000 toeren per minuut. De 850 kilo zware haai haalde daarmee de honderd in iets meer dan drie seconden en knalde door naar 334 kilometer per uur. Net als met de Monteverdi Formule 1 werd het helaas niks met de 650 F1. Verder dan drie prototypes kwam het niet.

4. Ferrari F50 '95

Als opvolger van de legendarische F40 moest Ferrari's nieuwste supercar een echte F1-wagen voor de straat worden. Net zoals bij de Porsche Carrera GT kreeg de Ferrari via een omweg een Formule 1-motor mee.

De 520 pk-sterke Tipo F130B 4,7 liter V12 was namelijk een doorontwikkelde variant van de vierliter F130B uit de 333 SP Le Mans-racer. Dat blok was op zijn beurt weer afgeleid van de Tipo 036 V12 uit de 641 F1-wagen waar Alain Prost in vertoefde in 1990.

Net als bij de racers werd het blok rechtstreeks aan het carbon chassis bevestigd als dragend deel. Hierdoor voelde de bestuurder elke kleine trilling, tot ergernis van autojournalisten zoals Jeremy Clarkson. De bijna 1400 kilo zware F50 was bovendien langzamer dan zijn voorganger en het uiterlijk liet voor sommigen te wensen over.

De F50 was dan misschien geen goede opvolger, werd hij wel een stuk exclusiever dan de F40: er rolden slechts 349 van de band in Maranello. Daarnaast werden er nog drie F50 GT GT1-racers gebouwd in een uiteindelijk afgelaste poging om de McLaren F1 GTR te verslaan.

5. Jiotto Caspita '89

Deze eigenzinnige supercar ontstond in 1989 uit een samenwerkingsverband tussen een Japanse lingeriemagnaat en het hoofd van racewagenbouwer Dome. Net zoals bij de F50 was het doel een F1-wagen voor de straat te bouwen. De carbon-aluminium monocoque werd ontworpen rondom de vreemde 3,5 liter twaalfcilinder boxer die Italiaanse specialist Motori Moderni ontworpen had voor Subaru's F1-project.

Toen in 1990 duidelijk werd dat Formule 1 geen plaats was voor Subaru trok het merk echter de stekker uit de motor. Noodgedwongen bouwde Dome een tweede exemplaar met licht gewijzigd bodywork en een 3,5 liter GV V10 van Judd achterin. Het vermogen steeg daarmee van 456 naar 584 pk.

De geplande productie van 30 exemplaren kwam er uiteindelijk nooit. De unieke Jiotto Caspita werd het slachtoffer van Subaru's vertragingen en de economische crisis die Japan trof in 1991. Het bleef bij de twee prototypes.

6. Lanzante Porsche 930 TAG-Turbo '18

Voor de laatste auto op de lijst stappen we eindelijk een keer uit de jaren '90. We schrijven 1983. Het toverwoord was nadat Renault een succesvolle geblazen motor introduceerde al een paar jaar 'turbo'. Ferrari en BMW waren op dat punt al bijgesprongen, maar topteam McLaren zat nog steeds zonder boost.

Met behulp van de expertise van Porsche en het geld van de Saoedische organisatie Techniques d'Avant Garde (TAG) weet het team van Ron Dennis toch aan een eigen turboblok te komen. Nog voor de McLaren MP4/2 klaar is wordt de TAG TTE P01 1,5 liter twin turbo V6 getest in een Porsche 911 Turbo. Uiteindelijk rolde er tussen de 740 en 1014 pk uit het blok. Door TAG-power won McLaren drie titels op rij met Niki Lauda en Alain Prost.

Dankzij Britse specialisten Lanzante heeft de unieke testmule in 2018 een nieuwe leven gekregen. Met toestemming van McLaren heeft de tuner elf van de originele TAG Turbo's weten aan te schaffen. De V6jes worden gereviseerd door Cosworth en komen vervolgens in een serie compleet opnieuw opgebouwde Porsches te hangen.

De motor van de demowagen komt uit de McLaren waarmee Niki Lauda de Britse Grand Prix van 1984 won. Om het oude blokje een beetje te ontzien staat de boost op 3 bar afgesteld. Het resultaat: 510 pk en 420 Nm aan koppel. De 911 weegt zo'n 1100 kilo, doet de sprint van 0-100 in een geschatte 3,4 seconden en heeft een topsnelheid ergens boven de 320 kilometer per uur.